Aan de slag

Schrijven voor het web

Mumc.nl en het mumc.nl-netwerk zijn sinds oktober 2013 online. Elke week komen er nieuwe netwerksites bij en wordt de kernwebsite aangepast en verbeterd. De uitstraling van een gezamenlijk netwerk ontstaat niet alleen door dezelfde huisstijl en uitstraling, ook een vergelijkbare schrijfstijl draagt bij aan een eenduidige uitstraling. Als hulpmiddel hiervoor zijn deze tips en richtlijnen opgesteld. Elke webredacteur binnen het mumc.nl-netwerk heeft zo een handvat in het bijhouden en ontwikkelen van de eigen webteksten. Op deze pagina allereerst aandacht voor schrijven voor het web in het algemeen. Daarna meer informatie over de richtlijnen die specifiek voor mumc.nl gelden en die ook toepasbaar zijn voor de netwerksites.

Goed schrijven voor het web in tien stappen

Schrijf voor het doel van de bezoeker

Waarom bezoekt iemand jouw website? Omdat hij iets zoekt. Probeer in je tekst duidelijk antwoord te geven zodat de bezoeker het antwoord op zijn vraag vindt. Je tekst is als het ware een samenvatting van het antwoord op de vraag van de bezoeker. Bedenk hierbij goed met welk doel een bezoeker bij je terecht komt. Iemand zoekt bijvoorbeeld niet op ‘informatie bezoektijden’ maar op ‘bezoekuur verpleegafdeling x’.

Zet de belangrijkste informatie bovenaan

Schrijf volgens de omgekeerde piramide:

Onderzoek heeft uitgewezen dat websitebezoekers de tekst leest in een F-patroon. Dus bovenaan en vooraan de belangrijkste info plaatsen, zorgt ervoor dat de informatie die je wilt overbrengen ook daadwerkelijk gelezen wordt.


Gebruik verzorgde spreektaal 


Volgens het Europees Referentiekader zijn er 6 niveaus van taalgebruik (zie onderstaande tabel). Eenvoudig Nederlands (B1) is het taalniveau dat 80% van de Nederlanders begrijpt. Voor de teksten op mumc.nl is het advies om te schrijven binnen niveau B1 of B2.
Wil je een indicatie krijgen van het leesniveau van de tekst die je geschreven hebt? Kijk dan eens op www.accessibility.nl/kennisbank/tools/leesniveau-tool. Let wel, het is slechts een indicatie. De toegankelijkheid van een tekst is afhankelijk van meer dan het leesniveau alleen.

Schrijf kort en bondig:

  • Zorg voor korte zinnen van maximaal 14 tot 20 woorden.
  • Vermijd zinsconstructies met meer dan 1 komma.
  • Beperk het gebruik van hulpwerkwoorden (kunnen, willen, zullen, zijn, hebben, worden, lijken).
  • Beperk het gebruik van bijwoorden (als, er, dan, ook).
  • Beperk het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden (mooie, prachtige, schitterende, leuke).
  • Gebruik zo min mogelijk lijdende zinnen (worden of zijn + voltooid deelwoord) Dus NIET: er wordt gelachen door de studenten. WEL: De studenten lachen.
  • Beperk je tot de essentie.

Kies de woorden van je bezoeker

Gebruik zowel specifieke als associatieve trefwoorden, alledaagse woorden en geen ambtelijke woorden of organisatie eigenwoorden (bijvoorbeeld niet bloedafname maar bloed prikken). Gebruik geen beroeps jargon

Maak teksten scanbaar

Je tekst maak je scanbaar door ankerpunten in de tekst te zetten. Ankerpunten zijn:

  • de titel
  • eerste alinea/bovenste alinea’s
  • subkopjes
  • opsommingen
  • hyperlinkteksten
  • afbeeldingen
  • De ankerpunten bevatten relevante trefwoorden voor je tekst, dus geen hyperlink met <klik hier>.

Zorg voor zelfstandige webcontent

Een titel of een eerste alinea moet ook los, zonder verdere context begrepen worden. Vaak wordt een deel van je tekst ook weergegeven op een andere plek op de site. Een voorbeeld hiervan is een nieuwsbericht waarvan de titel op de homepage wordt weergegeven, het gehele bericht op mumc.nl staat en dat ook nog eens wordt doorgeplaatst naar een van de netwerksites. 

Bespreek één onderwerp per pagina

Zowel voor de lezer die de pagina scant als voor de vindbaarheid door google is het beter om op een pagina slecht eens onderwerp te behandelen. Een goed voorbeeld hiervan zijn pagina’s op Wikipedia. Gerbuik op de pagina de woorden waarvan je denkt dat gebruikers in Google zullen zoeken

Link naar andere content

Er zijn meerdere voordelen verbonden aan het linken naar content op je eigen en op andere pagina’s:

  • het helpt de gebruiker verder te komen in zijn zoektocht;
  • je hoeft geen dubbele informatie op te nemen op je site (en dus ook niet op meerdere plekken bij te werken);
  • zoekmachines waarderen een link naar andere sites.

Plaats de link met betekenisvolle woorden (en dus niet <klik hier>) en houd de links kort. 

De korte checklist voor een goede webtekst:

  • Kies één onderwerp per pagina.
  • Deel je tekst op in blokken die zelfstandig herbruikbaar zijn.
  • De opbouw van je tekst is titel-leader-bodytekst.
  • Je titel vat de inhoud van je tekstin 1 regel samen.
  • De lead (van circa 150 woorden) is de samenvatting van je tekst, dat wil zeggen dat de essentie van je tekst in de lead staat.
  • De bodytekst bestaat uit kleinere onderdelen (alinea’s) waarbij elk onderdeel over een subonderwerp gaat.
  • Plaats ankerpunten en kies hiervoor relevante woorden die je het liefst aan het begin van je tekst plaats.
  • Neem links naar andere websites op.

Afspraken voor mumc.nl en het netwerk

De schrijfwijzer

Om het merk Maastricht UMC+ goed te laden is het onder andere belangrijk dat we consistent zijn in onze boodschappen, ons taalgebruik en in onze manier van schrijven. De schrijfwijzer geeft aanwijzingen en handvatten voor het schrijven van teksten voor het Maastricht UMC+. Raadpleeg de schrijfwijzer.